Zondagse verleiding  

 

Op zondag verbaas ik me vaak over de drommen mensen, die de stad in gaan. Veel van hen zie ik terugkomen met tasjes van verschillende winkels. Vooral kleding wordt dan gekocht. Wat is dat toch dat mensen er kennelijk zoveel plezier aan beleven? Zelf moet ik er niet aan dénken elke zondag die drukke stad in te gaan om kleding te kopen. Dat passen, telkens uit- en aankleden…

Er wordt te veel kleding geproduceerd en verkocht. Echter, als we nu stoppen met kleding maken hebben we nog voor zo’n twintig jaar kleding in voorraad. Reclame lokt mensen naar de winkels. Vooral bij fastfashion winkels hangt om de haverklap een nieuwe collectie om klanten, vooral vrouwen, tot kopen te verleiden. De verkoper in de winkel doet de rest.

 

Een oudere dame in mijn omgeving brengt elk halfjaar een zak met goede kleding bij mij. Soms zit er iets bij voor mezelf. De rest breng ik naar de kringloop. Eén keer in de week gaat ze met haar dochter winkelen. Echt een uitje voor haar. En vaak is het dan, ‘het is zo goedkoop, ik kon het niet laten hangen.’ Als ik zeg: ‘Koop wat minder,’ is het antwoord: ‘In je laatste pak zitten geen zakken.’ Oftewel, je kunt je geld niet meenemen. Moet ik deze oudere dame vertellen dat ze verslaafd is? Moet ik haar wijzen op de gevolgen voor het klimaat van haar winkelgedrag?

Koopverslaving ligt op de loer; een ziekmakend patroon van overdreven winkelen. Je verliest de controle over je winkelgedrag. Vaak denkt men daarmee emoties te beïnvloeden. Onze hersenen produceren tijdens het kopen stofjes waardoor we ons prettiger voelen, zoals dopamine, het zogenaamde gelukshormoon. Het gaat vaak niet om de aankoop zelf als wel om het geluksgevoel. Bovendien kopen mensen meer dan ze van plan waren. Vaak liggen de uitgaven ook hoger dan men kan betalen. In het ergste geval gaan mensen geld lenen en gaat men erover liegen. Je kunt koopverslaving zien als een maatschappelijke drug.

 

Er zijn vier vormen van koopverslaving (Uit: afkickkliniek wijzer).

De emotioneel-reactieve koper: dwangmatig spullen kopen om een emotionele pijn of leegte te compenseren, zoekt troost en afleiding.

De fanatieke koper: wil altijd de perfecte aankoop doen, ook al is deze aankoop niet nodig.

De verzamelaar: wil graag zo veel mogelijk spullen binnen een bepaalde categorie hebben.

De koopjesjager: kan spullen ‘voor die prijs niet laten liggen.’

 

Door overconsumptie putten we onze aarde uit. Onze aarde zit in een ernstige gezondheidscrisis. Het wordt tijd dat we goed voor haar gaan zorgen, door alles wat we hebben te herwaarderen. Vooral voor toekomstige generaties.

Veel kleding, waar we op uitgekeken zijn, gaat naar Afrika waar het wordt verbrand of in zee gegooid. In een woestijn in Chili liggen bergen afgedankte kleding. Nee, dat doen we niet hier, wij willen er geen last en al helemaal geen schuldgevoel over hebben.

 

Van de website van Milieu centraal

Synthetische stoffen, zoals polyester en nylon, worden gemaakt van aardolie. De productie van kleding kost veel energie, bijvoorbeeld om gewassen te verbouwen en om stoffen te maken in de fabriek. Kleding (inclusief schoenen) veroorzaakte in 2018 ongeveer 4% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen.

 

In het verleden kreeg ik ook weleens de raad om iets leuks voor mezelf te kopen als ik me niet zo happy voelde, ook van een psycholoog. Ik merkte bij mezelf dat daar mijn behoefte niet lag. Ik wilde er met mensen in mijn omgeving over praten, schreef erover, of ik maakte een wandeling

Het moet een drukte van jewelste zijn in de stad op zondag, dat lijkt me niet fijn. Als ik iets nodig heb ga ik naar een winkel, koop het en ga naar huis. Doorgaans ga ik op zondag bij vrienden op bezoek of maak een wandeling en lees. Dat geeft rust en daar voel ik me goed bij. Die rust gun ik iedereen.

 

Reacties

Populaire posts van deze blog